Leidse Liedjes en Muziek

Over Leiden zijn heel wat liedjes gezongen; en met 2&3 oktober wordt er in Leiden zelf ook heel wat afgezonden tijdens (Mini)Koraal en Reveille. Sommige van deze liedjes zijn oud-Hollandse liederen andere specifiek Leids. Hieronder vindt u ze allemaal; van het Leidse volkslied tot 3 Oktober van Rubberen Robbie en La la la Leiden van Jochem Meijer.

3 Oktober Liedjes

Leiden, stad van mijn hart
Leiden trots van Neerlands steden
Parel van het Hollands land
Stad van heden vol verleden
Stad van werk met hart en hand
Plaats van dromen en van daad
Waar ieder blijft en niemand gaat
Leiden stad van denken en doen
Stad van mijn hart door nu en toen

Waar de rijnen samenstromen
Werd een trotse burcht gebouwd
Teken van wat eens zou komen
Stad van glorie nieuw en oud
Welkom was in elke tijd
Wie vluchtte om standvastigheid
Leiden fier en eeuwig koen
Stad van mijn hart door nu en toen

Stad met veel beroemde zonen
Leiden is hun wieg geweest
Zie hoe zij de wereld tonen
Grootheid door een vrije geest
Zij genoten Leidens gunst
In wetenschap en schone kunst
Zo kwam leiden aan zijn roem
Stad van mijn hart door nu en toen

Leiden trots van Neerlands steden
Parel van het Hollands land
Stad met eeuwenlang verleden
Heeft mijn toekomst in de hand
Leidse kleuren draag ik fier
Geen and’re stad lokt mij van hier
Rood en wit in mijn blazoen
Stad van mijn hart door nu en toen

Drie Oktober – Rubberen Robbie
Drie Oktober, Drie Oktober
Dan zijn we als een bal
Drie Oktober, Drie Oktober
Dan gaan we aan de lal

Van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat de kroegen in en uit
Een maag vol peen en ui en een goede bui.
Het is maar eens per jaar
Dus neem er nog een paar
En als je niet meer eten kan drink dan maar

En wil je lekker stappen, dan weet ik wel een plek
Je hebt er lol vol drie en voel je je te gek
Alleen één ding is jammer, het is niet iedere dag
Hebbe we gelachen op die dag voor dieren dag

Drie Oktober, Drie Oktober
Dan zijn we als een bal
Drie Oktober, Drie Oktober
Dan gaan we aan de lal

Van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat de kroegen in en uit
Een maag vol peen en ui en een goede bui.
Het is maar eens per jaar
Dus neem er nog een paar
En als je niet meer eten kan drink dan maar

Van morgen half zeven, stond ik al in de stad met een pondje paling en een
zak patat
Maar na me vierde haring en m’n tweede broodje worst toen nam ik gauw een
biertje want ik stierf van de dorst

Drie Oktober, Drie Oktober
Dan zijn we als een bal
Drie Oktober, Drie Oktober
Dan gaan we aan de lal

Van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat de kroegen in en uit
Een maag vol peen en ui en een goede bui.
Het is maar eens per jaar
Dus neem er nog een paar
En als je niet meer eten kan drink dan maar

“Juh wat is dat dan?”
“Ja meneer dat zijn hele mooie makrele, vijf voor vijf gulden.”
“Ja maar volgens mij zijn ze hartsikke dood!”
“Ja dat begrijp ik dat is logisch.”
“Oooh, ooh”

La la la Leiden
Daar waar een meeuw een Katwijkse duif is,
en Rembrandt ooit zijn kwast heeft ontdekt.
Daar waar iedereen de ‘rambam’ kan krijgen,
en het woord rabarber zo lekker bekt.
Daar waar ‘t altijd regent op 2 oktober,
en iedereen feest viert op de markt in de gracht.
Daar waar corpsbal en glibbers versmelten,
en samen op de reveille wacht.
Ja dat is mijn stadje, dat is mijn Leiden, stad waar m’n wieg aan de Rijn heeft gestaan.
La la la Leiden, la la la Leiden
Stad waar ik nooit meer weg wil gaan.
La la la Leiden, la la la Leiden, la la la Leiden, tra la la
La la la Leiden, la la la Leiden, Stad waar ik nooit meer weg wil gaan.
Daar waar Sinterklaas een rollende R heeft,
en Armin van Buuren in een Nexus begon.
Daar waar de peurbakken door de gracht varen,
en Rubberen Robbie zijn liedjes verzon.
Daar waar luidruchtige gasten op een brommert meteen naar z’n bledder krijgt:
‘HOUD JE KOKER, JUH DARM’.
Daar waar iedereen haring en brood krijgt,
maakt niet uit of je rijk bent of arm.
Ja dat is mijn stadje, dat is mijn Leiden, stad waar m’n wieg aan de Rijn heeft gestaan.
La la la Leiden, la la la Leiden,
stad waar ik nooit meer weg wil gaan.
La la la Leiden, la la la Leiden, la la la Leiden, tra la la
La la la Leiden, la la la Leiden, Stad waar ik nooit meer weg wil gaan.
Daar waar iedereen, oh god, blut is op 4 oktober,
en men totaal naar de getver is.
Daar waar de markt, de markt, de markt, naar verrotte vis ruikt,
en de grachten gevuld zijn met bier, hutspot en pis.
La la la Leiden, la la la Leiden, la la la Leiden, tra la la
La la la Leiden, la la la Leiden, Stad waar ik nooit meer weg wil gaan.
La la la Leiden, la la la Leiden, la la la Leiden, tra la la
La la la Leiden, la la la Leiden, Stad waar ik nooit meer weg wil gaan.

Wilt heden nu Treden
Wilt heden nu treden voor God den Heere,
Hem boven al loven van herten seer,
End’ maken groot zijns lieven namens eere,
Die daar nu onsen vijan slaat terneer.
Ter eeren ons Heeren wilt al u dagen
Dit wonder bijzonder gedencken toch;
Maekt u, o mensch, voor God steets wel te dragen,
Doet ieder recht en wacht u voor bedrog.
D’arglosen, den boosen om yet te vinden,
Loopt driesschen, en briesschen gelyck een leeu,
Soeckende wie hy wreedelyck verslinden,
Of geven mocht een doodelycke preeu.
Bidt, waket end’ maket dat g’in bekoring,
End’ ‘t quade met schade toch niet en valt.
U vroomheyt brengt den vijant tot verstoring,
Al waer sijn rijck nog eens so sterck bewalt

Gelukkig Vaderland
Geluckig is het land,
Dat God de Heer beschermt,
Als daer met moord en brand
De vyant rontom swermt,
End’ dat men meent hij sal
‘t Schier overwinnen al,
Dat dan, dat dan, dat dan,
Hij selfs komt tot den val.

De Hoeder Israëls
Die slaept noch sluymert noyt,
Hij helpt uyt veel gequels
Sijn volck ‘t welck was verstroyt
Door ‘t Spaensche boos gebroet
End’ doet haer noch dit goet,
Dat self, dat self, dat self
De vyant loopen moet.

Gedanckt moet syn de Heer,
De God, die eeuwig leeft !
Dat hy ons ‘t sijner eer
Dees overwinning geeft.
Wat wonder heeft de kracht
Des Heeren al gewracht !
O Heer, o heer, o heer.
Hoe groot is uwe macht !

Berg op Zoom
Merkt toch hoe sterk nu in ‘t werk zich al stelt,
Die te allen tij zo ons vrijheid heeft bestreden;
Ziet hoe hij slaaft, graaft en draaft met geweld,
Om onze goed en ons bloed en onze steden.
Hoort de Spaanse trommels slaan!
Hoort Maraens trompetten!
Ziet hoe hij komt trekken aan,
Bergen te bezetten.
Bergen op Zoom, houd U vroom,
Stut de Spaanse scharen;
Laat ‘s lands boôm en zijn stroom
Trouwelijk toch bewaren.
‘t Moedige, bloedige, woedige zwaard
Blonk, en het klonk dat de vonken daaruit stoven.
Beving en leving, opgeving der aard’,
Wonder gedonder nu onder was, nu boven,
Door al ‘t mijnen en ‘t geschut
Dat men daaglijks hoorde.
Menig Spanjaard in zijn hut
In zijn bloed versmoorde.
Bergen op Zoom houdt zich vroom,
‘t Stut de Spaanse scharen;
‘t Heeft ‘s lands boôm en zijn stroom
Trouwelijk doen bewaren.
Die van Oranje kwam Spanje aan boord,
Om uit het veld als een held ‘t geweld te weren;
Maar alzo dra Spinola ‘t heeft gehoord,
Trekt hij fluks heen op de been met al zijn heren;
Cordua kruit spoedig voort:
Zag daar niet te winnen;
Don Velasco liep gestoord:
‘t Vlas was niet te spinnen!
Bergen op Zoom houdt zich vroom,
Stut de Spaanse scharen;
‘t Heeft ‘s lands boôm en zijn stroom
Trouwelijk doen bewaren.

Het lied van Koppelstock
In naam van Oranje, doet open de poort,
de Watergeus ligt aan de wal!
De vlootvoogd der Geuzen, hij maakt geen akkoord,
hij vordert Den Briel of uw val.
Dat is een bevel van Lumey op mijn eer
en burgers, hier baat nu geen tegenstand meer.
De watergeus komt om Den Briel! (2 keer)

De vloot is met vijfduizend koppen bemand,
de mannen zijn kloek en vol vuur!
Een ogenblik nog en zij stappen aan land,
zij wachten bericht in het uur.
Gij moogt dus niet dralen, doet open de poort,
dan nemen de Geuzen terstond zonder moord,
bezit van de vesting Den Briel! (2 keer)

Komt, geeft de verzekering, ‘k moet spoedig terug,
de klok heeft het uur reeds gemeld.
Ik zeg ‘t u, geeft gij mij de sleutels niet vlug,
dan is reeds uw vonnis geveld.
De wakkere Geuzen staan tandknarsend daar.
Zij wetten de zwaarden en maken zich klaar
en zweren: “Den dood of Den Briel!” (2 keer)

Hier dringt men naar buiten, daar schuilt men bijeen
en spreekt over Koppelstocks last:
“De stad in hun handen of anders de dood!”
‘t Besluit tot het eerste staat vast!
Maar nauw’lijks is hiermee de veerman gevleid,
of Simon de Rijk heeft de poort gerammeid
en zo kwam de Geus in Den Briel! (2 keer)

Waar de blanke top der duinen
Waar de blanke top der duinen
Schittert in de zonnegloed
En de Noordzee vriend’lijk bruisend
Neerlands smalle kust begroet
Juich ik aan het vlakke strand
Juich ik aan het vlakke strand
‘k Heb u lief mijn Nederland
‘k Heb u lief mijn Nederland
Waar het lachend groen der heuvels
‘t Kleed der stille heide omzoomd
Waar langs rijk beladen velden
Rijn of Maas of Schelde stroomt
Klinkt mijn lied op oude trant:
Klinkt mijn lied op oude trant:
‘k Heb u lief mijn Nederland
‘k Heb u lief mijn Nederland
Blijf gezegend, land der vaad’ren
Make u eendracht sterk en groot
Blijve ‘t volk der koninginne
Houw en trouw in nood en dood
Doe zo ieder ‘t woord gestand
Doe zo ieder ‘t woord gestand
‘k Heb u lief mijn Nederland
‘k Heb u lief mijn Nederland

Beoordelingen


Name
Email
Review Title
Rating
Review Content
Beoordelingen

Settings tab